info@blanksmaklokken.nl 

   

0264438744    

0614147717 

De Franse comtoise werd gemaakt tussen ca. 1680 en 1930 in de Franche - Comté en wel in de departementen Jura, Doubs en Haute - Saône. De eerste klokken komen uit de Jura en staan ook bekend als Morez of Morbier klokken naar de plaatsen waar ze van oorsprong gemaakt werden.
Ook de naam Mayet comtoise komt voor als type aanduiding, vernoemd naar een klokkenmaker Pierre Claude Mayet(1687-1729)die de vroegst gesigneerde comtoises bouwde van hoge kwaliteit. Het blijft niet alleen bij deze klokkenmaker het wordt een klokkenmakersgeslacht met vele opvolgers. Andere bekende comtoise klokkenmakers zijn: Jean Batiste Cattin, Philppe Jobez,Jean Jozef Badoz en Pierre Desoche.

De comtoise heeft van alle klokken de langst doorlopende geschiedenis/productie en wel van ruim twee eeuwen.Dat heeft naar alle waarschijnlijkheid te maken met de uitstekende uurwerken die tot op de dag van vandaag uitstekende en betrouwbare tijdmeters zijn. Daar komt nog bij dat de verhouding prijs/ kwaliteit ook gunstig is geweest.
De eerste comtoises hebben een wijzerplaat met een messing cijferring met zwart ingelakte Romeinse cijfers en als bekroning om de bel te maskeren een zgn. fret of belhek van ajour gezaagd messingplaat. Na de Mayet cijferringen krijgen we de cartouche wijzerplaat d.w.z. kleine witte emaille schildjes met daarop in donkerblauw een Romeins uurcijfer. Deze schildjes (=cartouches) worden weer in een gegoten messing plaque gemonteerd.
Van 1740 tot ca. 1800 zijn de zgn. haan - comtoises in zwang. De ronde emaille wijzerplaten worden in het begin schotelplaten genoemd en op den duur worden deze opgevolgd door bolle platen.
Afhankelijk van de Louis stijlperiode veranderen de messing gegoten gietstukken van voorstelling en symboliek gedurende de 18de eeuw maar meestal staat er een recht voor zich uitkijkende haan of een naar rechts over zijn schouder kijkende haan in het midden. De haan is het symbool van Frankrijk en symbool van dageraad en waakzaamheid(Franse Revolutie).
Na 1800 - Napoleontische tijd - verdwijnen de gegoten gietstukken en komt de geperst latoenkoperen omranding(feuille) met voorstelling in de mode. Gedurende de eeuw veranderen de voorstellingen al naar gelang de smaak van de tijd.
De meeste comtoises hebben twee gietijzeren gewichten die aan koorden hangen(gaand- en slagwerk). De uurwerken lopen een week maar er zijn ook maandlopers bekend.De 18de eeuwse klokken tot ca. 1830-1840 hebben een gangsysteem met spillegang de klokken daarna hebben een ankergang waardoor het tevens mogelijk wordt om zwaarder slingers te ontwikkelen. De slingers van comtoises in chronologische volgorde: draadslingers (hele 18de eeuw), vouwslingers vanaf 1800, harpslingers, bloemslingers en banjoslingers( deze laatste drie zijn geschikt voor de ankergang).