info@blanksmaklokken.nl 

   

0264438744    

0614147717 

Friese klokken bestaan uit twee hoofdgroepen:
De Friese stoelklok en de Friese staartklok.
De stoelklokken zijn gemaakt van ca. 1730 - 1900 en de staartklokken van ca. 1750 - 1900.

De stoelklokken kunnen we uitsplitsen naar:
- stoelklok met een gemiddelde lengte van circa 75 centimeter.
- stoelschippertje is een kleine uitvoering van de stoelklok
- wekker stoelklok die bekend staat als meidenklok.
Van de standaard stoelklok kennen we de modellen met een achterplank met oren of oorvazen en de uitvoering met meerminnen. De klokken met de oren behoren tot het oudere type de meerminnen komen later in zwang en hebben te maken met de binding die de Friezen hebben met het water en de scheepvaart in die tijd. Het stoelschippertje was zo klein uitgevoerd omdat het aan boord hing in de kajuit van een binnenvaartschip. In het uurwerk van het stoelschippertje zit de slinger vast aan de spil om er voor te zorgen dat de werking aan boord van een schommelend schip te kunnen handhaven.

Stoelklokken zijn meestal bont beschilderd en het loodwerk is verguld met bladgoud. De stoelklokken lopen een dag en het uurwerk bestaat uit een gaand- en slagwerk en een wekker. Daarnaast zijn er luxere stoelklokken met Dutch-striking (2 bellen), klokken met maan en datum aanduiding , klokken met mechaniek en een enkele keer met speelwerk.
Het stoelschippertje is een sterk verkleinde uitvoering van de stoelklok, uurwerkhoogte 7 - 9 centimeter en de kasthoogte tussen de 25 en 35 centimeter. Dit geldt voor de vroege stoelschippertjes uit de eerste helft van de 18de eeuw. Na 1800 ligt de productie ruim 75 jaar stil en komt er een opleving in de laatste kwart van de 19de eeuw. Deze late stoelschippertjes zijn in het geheel iets groter en de uurwerken meer dan 10 centimeter hoog. Meestal zijn de zeemeerminnen aan de zijkant van de achterplank gebeeldhouwd; iets dat bij de 18de eeuwse exemplaren nooit het geval is.
De meidenklok is een stoelklok zonder slagwerk dus gaandwerk met een wekker en waren bedoeld om de dienstmeid op tijd te wekken om bijv. de vuren in de haarden op tijd aan te maken en het ontbijt te verzorgen.

De Friese staartklok .
De modellen en de grote van deze klokken variëren sterk. Verschijningsvormen van de staartklok: 
- kortstaart, dikkop of spinnekopje
- standaard staartklok of 3/4 kast
- kantoortje of notarisklokje
- staartschippertje
- Groninger staartklok of burgemeestersklok of dubbelkapper.
Alle staartklokken hebben een eiken kast en minder voorkomend een iepenkast of een gefineerde kast (in de Biedermeier tijd) en een heel enkele keer zien we een beschilderde kast.
Het uurwerk van de staartklok heeft altijd een ankergang - dit in tegenstelling tot de stoelklok met spillegang - en is wat lichter uitgevoerd en minder mooi afgewerkt. De lengte van de standaard staartklok is ca. 130 centimeter.