info@blanksmaklokken.nl 

   

0264438744    

0614147717 

Op deze project pagina zal het proces te volgen zijn over de restauratie van een Amsterdammer die ik samen met mijn vaste meubelrestaurator Michiel van den Ent www.vandenentrestauratie.nl  in zijn oude luister zal herstellen.
Het spreekt voor zich dat ik het uurwerk en de opmaak van de wijzerplaat voor mijn rekening zal nemen en
het houtwerk voor Michiels rekening komt.
Wij verheugen ons zeer over dit restauratie project van een eminent Hollandse klokkenmaker, waarover ik hieronder meer zal vertellen als inleiding.




Een stukje historie over de maker van deze klok, Pieter Kock. Het is opmerkelijk te noemen dat er over deze uurwerkmaker nog zoveel bekend is.

De banden die bestonden tussen Amsterdam en Haarlem worden nog eens extra versterkt door de komst van Pieter Kock.
Op 21 november 1727 wordt hij te Haarlem als 'orologimaker' ingeschreven. Hij was afkomstig uit Amsterdam en hij was gehuwd met Berendina Brames. (Bramer? - Bij Paulus noch Gerrit Bramer vinden we een dochter met deze naam). Hij heeft op dat moment zijn opleiding als horlogemaker achter de rug en men kan dus aannemen, dat hij deze in Amsterdam  heeft genoten.
Op 11 februari van het jaar 1728 wordt hij in het St. Lucasgilde ingeschreven. Met de komst van Kock in Haarlem wordt een periode ingeluid, waarin de Haarlemse uurwerkmakers niet langer volgens de gedeeltelijk Engelse traditie werken. De beide gedocumenteerde klokken wijzen ondubbelzinnig uit, dat het na 1725 gedaan was met de Engelse invloed in Haarlem. Kock zal waarschijnlijk iets voor 1700 zijn geboren en zijn opleiding zal zeker rond het jaar 1715 zijn begonnen. Men mag aannemen dat deze opleiding ook op Nederlandse leest geschoeid is geweest. Dit betekent dat in die jaren de Engelse invloed in Amsterdam ook reeds sterk was gereduceerd. Er waren nog maar weinig Engelsen werkzaam in deze periode in Amsterdam. Norris was reeds in 1693 naar Londen teruggekeerd, Ahasverus Fromanteel was in 1703 gestorven; zijn schoonzoon Clarke werkt onder de naam Fromanteel & Clarke verder. Edward Brookes was wellicht nog werkzaam, maar hij was in 1715 reeds 47 jaar oud, toen een leeftijd waarop men aan terugtrekken begon te denken. Alles bijeen was de Engelse kolonie behoorlijk uitgedund, maar wat nog belangrijker was er was langzamerhand een eigen traditie ontstaan in Amsterdam die totaal anders geaard was dan de Engelse. Initiator hiervan was vooral Steven Huygens geweest. Pieter Kock is waarschijnlijk een van de eersten geweest, die vrijwel geheel in de Hollandse traditie werd opgeleid.
Hij was een zeer bekwaam maker, die fraaie ontwerpen maakte en deze uitstekend uitvoerde. Uit het feit dat hij in 1745 als 'stadsklockestelder' werd vermeld blijkt dat hij een vooraanstaand meester was.
( Bron: J.Zeeman "De Nederlandse staande klok"  Van Gorcum, 1977.)


Hier naast ziet u de geoxideerde en vervuilde wijzerplaat. Op de wijzerplaat worden de maanstanden weergegeven, de seconden, de dagdatum ,de dag in naam met het symbool voor de dag eronder en uiteraard de uren en minuten.
De dagschijf bevindt zich boven het uurcijfer VI en het datum venster zit binnen de secondenring onder het uurcijfer XII. De maanschijf ziet u in de toog van de wijzerplaat.
De wijzerplaattoog, de maanschijf, de cijferring, de secondenring met signatuurschild het wekkerschijfje en de dagschijf zijn allen verzilverd.
De wijzers zijn origineel en nog in perfecte staat; nooit gebroken geweest en gesoldeerd.
In de hoeken van de wijzerplaat bevinden zich de vier jaargetijden in  messing gegoten en van een fraaie kwaliteit gietwerk. Ze zijn vuurverguld.
Het prachtige uurwerk bevindt zich nog in een mooie staat ; het behoeft wel onderhoud, maar er is nooit aan geprutst of onkundig onderhoud gepleegd. Het uurwerk is uitgevoerd met ankergang en een repetitie slagwerk met Dutch- striking zoals we mogen verwachten.
De aanwezige wekker in het uurwerk is nog compleet en in tact.
De foto's hieronder tonen de kast zoals ik hem aantrof. Het was duidelijk dat de klok in het verleden "gepimpd" was wat op zich niet ongebruikelijk is. Daar doorheen zag ik een prachtige vroege kast.
Het slingervenster sierstuk is ook van latere datum en hoort niet bij deze periode, wat al duidelijk was als je de kastdeur opende en een prachtig intact liggende ovalen opening in de deur zag, die in die tijd omringd wordt door een eenvoudig strak half rond messing montuur.
Op de foto rechts staat de kast in het meubelrestauratie atelier en zijn de knieën die er niet op horen reeds verwijderd. Daaronder liep het oude fineer gelukkig gewoon door. Het fineer is een soort Palissander of Kingwood fineer dat bijna nog geheel de oude afwerking heeft. Ook de klauwpoten onder de kast zijn verwijderd en worden vervangen door een model poten die in deze tijd gebruikelijk zijn. De kast begint er nu al oorspronkelijker uit te zien



In de kapdeur bevindt zich nog het oude glas zoals u op de foto kunt zien. De hoed met z'n petje zijn wat beschadigd maar alles is nog aanwezig en goed te restaureren. Zo was er bij de klok een plastic zak met stukjes fineer, losse lijstjes en stukken hout allemaal behorend bij de klok en die dus allemaal weer bruikbaar zijn. Het ajour gezaagde fineer is hier en daar ook beschadigd, maar aanwezig en kan allemaal weer gerestaureerd worden.

Het ongerestaureerde uurwerk na afname van de wijzerplaat.
U ziet de voorplatine met daarop gemonteerd de wijzer- en datuminrichting en de slagwerklichters. Daarnaast een detailfoto van de prachtig vormgegeven slagwerklichters.

Hier boven zien we drie stadia van de maanschijf die overigens prachtig gegraveerd is. De eerst foto toont de maanschijf zoals ik hem aantrof; een sleetse verzilvering, oxides en verteerde lak.
Op de tweede foto is de maanschijf met een heel fijn schuurmiddel ontdaan van oude lak, oxides en zilver totdat je de brandschone messing schijf overhoud.
Foto drie laat de opnieuw verzilverde en gelakte maanschijf zien. Opmerkelijk is dat de hemel niet blauw geschilderd is met gouden sterren, maar gegraveerd en verzilverd.